De focus van deze onderzoekslijn ligt op de studie van de participatie aan lokaal sociaal-cultureel werk. Binnen het sociaal-cultureel werk is participatie in openbare bibliotheken en culturele centra een belangrijk onderdeel.

We bestuderen twee kanten van culturele participatie: het stimuleren van de vraag naar en de variatie in het aanbod. Het eerste betreft de studie van de participant en de niet-participant, de variaties en veranderingen in de participatiegraad en de redenen waarom al dan niet geparticipeerd wordt. Wanneer we via sociale participatie willen bijdragen aan integratie, gemeenschapsopbouw en de overdracht van culturele vaardigheden moeten de aanbieders binnen het lokaal sociaal-culturele werk ook aangespoord worden om de toegang tot het de bibliotheken en culturele en gemeenschapscentra te verruimen door de inhoud van de programmering aan te passen of te verruimen. Binnen de looptijd van het huidig Steunpunt Cultuur en voor deze onderzoekslijn worden vijf grote onderzoekspakketten (OP) voorgesteld.

Een eerste pakket (OP1) bestudeert de participatie aan culturele activiteiten over de levensloop. Hierbij gaan we na hoe veranderingen over de levensloop samenhangen met veranderingen in culturele participatie. We kijken naar de invloed van generatie-gerelateerde kenmerken, hoe partners elkaars culturele participatie beïnvloeden als ook naar hoe andere activiteiten in combinatie/competitie treden met (lokale sociaal-)culturele activiteiten. Het tweede pakket (OP2) zal binnen de algemene vaststelling dat sociale participatie de gemeenschapsvorming ondersteunt zich focussen op de specifieke bijdrage van culturele participatie aan gemeenschapsvorming. We gaan ook in op de rol die aanbieders van culturele activiteiten spelen in de gemeenschapsvorming en proberen in een tweede fase te komen tot een set van bruikbare kenmerken/eigenschappen van (succesvolle) aanbieders. Pakket drie (OP3) richt zich op het in kaart brengen van de sociale groeperingen die ondervertegenwoordigd zijn in het lokaal sociaal-cultureel werk. Eerstvolgend richten we ons op de 65- en 75-plussers als een specifieke doelgroep. Uit studies blijkt dat ze frequent deelnemen aan activiteiten georganiseerd door culturele centra, maar ondervertegenwoordigd zijn in de openbare bibliotheken. Binnen dit derde pakket inventariseren we ook hoe en in welke mate sociaal gedepriveerde groepen participeren aan culturele centra, gemeenschapscentra en bibliotheken. Pakket vier (OP4) focust op de variatie van het aanbod aan culturele activiteiten als een factor van culturele participatie. We proberen de variatiein het aanbod van het lokaal sociaal-cultureel werk en de variatie in het gebruik ervan (geografisch) in kaart te brengen. We maken hiertoe gebruik van externe databanken zoals ‘de gegevensregistratie van openbare bibliotheken en culturele centra’ en de recurrente verzameling van gebruikersinformatie via bibliotheken en cultuurcentra die het mogelijk maakt evoluties te onderkennen. Het vijfde onderzoekspakket (OP5) stelt voorop om opnieuw (zoals in het voorgaande Steunpunt) alle onderzoeksbevindingen te bundelen in een makkelijk hanteerbaar en leesbaar boek en zo deze gegevens beschikbaar te maken voor mensen uit het sociaal-cultureel veld en beleidsmakers.

Deze onderzoekspakketten steunen op de participatiesurveys 2003-2004 en 2009 en op databanken verzameld door de Onderzoeksgroep TOR (databank culturele- en gemeenschapscentra; publieke bibliotheken; kenmerken publieke bibliotheken; tijdsbestedingsonderzoeken). Zodra de gegevens van de participatiesurvey voorzien in 2014 beschikbaar zijn, worden ook deze data gebruikt voor de onderzoekspakketten die op dat moment onderzocht worden en bij de revisie van de voorbije onderzoekspakketten.

Contactpersoon: Kobe.de.keere@vub.ac.be