Deze onderzoekslijn focust op de participatie aan het sociale en culturele aanbod van kansengroepen, de band tussen cultuur en maatschappelijke waardevorming en de cultuureducatie van kansengroepen. Hierbij besteden we bijzondere aandacht aan de participatie in Brussel en in andere stedelijke gebieden. Onder het sociale en culturele aanbod verstaan we het deelnemen en deelhebben aan het sociaal-cultureel werk (sociaal-culturele verenigingen, vormingsinstellingen, bewegingen, volkshogescholen), het lokaal cultuurbeleid (bibliotheken, cultuurcentra en algemeen gemeentelijk cultuurbeleid), de amateurkunsten en de professionele kunsten.

Uit zowat alle onderzoek dat tot nu toe is gebeurd in verband met participatie aan het sociale en culturele leven, blijkt dat de cultuurparticipatie en de deelname aan het verenigingsleven ongelijk gespreid zijn over de bevolking. Het verenigingsleven als geheel mag dan wel een democratische functie vervullen, dat betekent nog niet dat dit in gelijke mate geldt voor alle bevolkingsgroepen. De vaststelling dat het verenigingsleven een belangrijke socialiserende functie heeft en bijdraagt tot democratische houdingen heeft de belangstelling van het beleid voor sociale participatie aangezwengeld. Zowel in de beleidsnota’s Cultuur 2000-2004, 2004-2009 en 2010-2014, als in het Pact van Vilvoorde 2001 en het Vlaanderen in Actie Pact wordt nadruk gelegd op de functies van het maatschappelijk middenveld. De verwachtingen ten aanzien van het maatschappelijk middenveld zijn inderdaad hoog gespannen. In de beleidsnota Cultuur 2000-2004 van de Vlaamse Regering wordt onder andere van het verenigingsleven verwacht dat het inburgert, emancipeert, zin geeft, bijdraagt tot actieve participatie, democratische discussie en de versterking van het sociale weefsel (Anciaux, 2000). In het pact 2020 stelt men in doelstelling 2 voorop dat “in 2020 Vlaanderen een solidaire open verdraagzame samenleving is waarin het sociaal kapitaal minstens op het niveau ligt van de top vijf van Europese landen. Alle inwoners van Vlaanderen kunnen in 2020 worden bereikt door een vereniging, een buurtwerking, een vrijwilligersorganisatie of door samenlevingsopbouw. De Vlamingen hebben in 2020 intense sociale contacten, meer vertrouwen in de medemens en in de samenleving. Discriminatie is in 2020 uitgebannen, de evenredige arbeidsdeelname is verzekerd en de deelname van alle kansengroepen aan de andere domeinen van de maatschappij is proportioneel aan hun aandeel in de bevolking.

In de huidige beleidsnota Cultuur 2010-2014 legt men de nadruk op de versterking en het verder uitbouwen van de participatie aan het sociale en culturele aanbod, met bijzonder aandacht voor specifieke kansengroepen (personen met een handicap, gedetineerden, personen in armoede, personen met een diverse etnisch-culturele achtergrond, gezinnen met kinderen). Het sociaal-cultureel volwassenenwerk zou onder druk staan (vooral in de stedelijke context) onder invloed van maatschappelijke ontwikkelingen als de vergrijzing, digitalisering, multiculturaliteit, dualisering, … Men verwacht van het sociaal-cultureel volwassenenwerk dat het inspeelt op deze maatschappelijke veranderingen om een zgn. tweedeling in de samenleving te vermijden.

Met dit onderzoek gaan we daarom na in hoeverre de deelname aan het verenigingsleven en culturele activiteiten ongelijk verdeeld is en welke variabelen, waarvan in de internationale literatuur reeds eerder werd vastgesteld dat ze een invloed hebben op participatie, ook in Vlaanderen hun invloed laten gelden (Schlozman, Burns & Verba, 1994).

Deze onderzoekslijn omvat het in kaart brengen en verklaren van participatie aan de diverse kanalen van het sociale en culturele leven en het expliciteren van de effecten van participatie (cfr. relatie tussen cultuur en maatschappelijke waardevorming). Daarbij worden een aantal belangrijke aandachtspunten vooropgesteld.

  • Vooreerst bekijken we de participatie aan het sociale en culturele leven vanuit een minderhedenperspectief, met name onderzoeken we de toegang tot de deelname aan sociale en culturele activiteiten en de samenhang met burgerschapshoudingen van kansengroepen (mensen van etnisch-cultureel diverse afkomst, personen in armoede, ...).
  • Ten tweede plaatsen we de deelname aan het verenigingsleven in een levensloopperspectief, met nadruk op ouders met kinderen en senioren.
  • Ten derde komt de grootstedelijke problematiek voldoende aan bod (Brussel, andere stedelijke gebieden).

We willen dit onderzoek realiseren door het verzamelen van nieuw onderzoeksmateriaal (een scholenonderzoek in steden met een bevraging van leerlingen en hun ouders, een nieuwe ronde van de participatiesurvey) en door het in kaart brengen en analyseren van bestaand Vlaams en internationaal onderzoeksmateriaal.

Conctactpersoon: Wendy.Smits@vub.ac.be