Een groter publieksbereik voor het cultuuraanbod staat bovenaan de agenda van de Vlaamse cultuuroverheid. Cultuurparticipatie is een sleutelbegrip in het huidige cultuurbeleid. Voorbije wetenschappelijke steunpunten voor beleidsrelevant onderzoek naar cultuur hebben dan ook voornamelijk de deelnemende burger onderzocht, los van het aanbod. Vanuit het beleid en vanuit de culturele sector is er nochtans ook de behoefte naar meer informatie over het aanbod. Deze onderzoekslijn brengt de geografische en kwalitatieve spreiding van het aanbod, zowel van de culturele activiteiten als van de infrastructuur in Vlaanderen, in kaart. Door de aanbodsinformatie weer te geven in verschillende regio’s wordt duidelijk welke verschillen bestaan in kwaliteit en kwantiteit van het aanbod naar gelang de regio. Vindt iedere inwoner in Vlaanderen een aanbod binnen een bepaalde straal? Vervullen centrumgemeenten de taak die we van hen verwachten? Welke prijsverschillen zijn er tussen de verschillende regio’s en de verschillende soorten cultuuractiviteiten? Het antwoord op deze vragen zal de beleidsmakers en de sector helpen om het gevoerde beleid te evalueren en bij te sturen. De beleidswaarde van deze aanbodsgegevens verhoogt bovendien door dezelfde nomenclatuur te gebruiken als in de Participatiesurvey. Daardoor kunnen participatie- en aanbodsgegevens voor verschillende regio’s met elkaar worden vergeleken.

Deze indicatoren over het cultuuraanbod dienen als input voor een economische vraagstudie. Slechts weinig studies zijn gericht op het effect dat het aanbod heeft op vraag en participatie. Nochtans kan men verwachten dat inwoners van gemeenten met een sterk cultuuraanbod meer participeren omwille van het uitgebreide aanbod waarvoor men zich niet ver moet verplaatsen. Een economische vraagstudie die de aanbodsindicatoren mee opneemt, zal het effect van het aanbod op vraag en participatie duidelijk maken. Door de elasticiteit van de participatie ten opzichte van verschillende aanbodsindicatoren te berekenen, wordt het mogelijk om veranderingen in participatie ten gevolge van veranderingen in aanbod te voorspellen. Wat gebeurt er met de participatie aan podiumkunsten als het aantal podiumkunsten toeneemt (of afneemt) in de regio? Wat gebeurt er met de participatie aan podiumkunsten als het filmaanbod toeneemt? Hoe verandert de participatie aan film als het aanbod podiumkunsten duurder wordt voor de bezoekers? Deze effecten tonen op macroniveau of het cultuuraanbod in overeenstemming is met de voorkeuren van de bevolking.

Naast een aanbod- en vraagstudie op macroniveau wordt in deze onderzoekslijn ook het microniveau (niveau van individuele instellingen) onderzocht. Door een economisch beleid te voeren waarbij vraag en aanbod in overeenstemming is, kunnen culturele instellingen nieuwe bezoekers aantrekken en een groter deel van het consumentensurplus afromen. Hierdoor is het mogelijk om door het verhogen van de eigen inkomsten de subsidieafhankelijkheid te verminderen. Doel van dit onderzoek is om uit het aanbod van nader te bepalen cases (bijvoorbeeld voor openbare bibliotheken of voor theatervoorstellingen) een aantal relevante karakteristieken te halen en daarvoor de intensiteit van de voorkeuren in kaart te brengen. De subsidieafhankelijkheid kan naast een verhoging van de eigen inkomsten ook verminderen door een verlaging van de productiekosten van het aanbod. Hierover is echter weinig gekend. Hoe variëren de kosten bij een verandering in de bezoekersaantallen? Is het mogelijk om schaalvoordelen te benutten? Deze onderzoekslijn bevat een studie naar de productiekosten bij een aantal nader te bepalen cases. Die studie zal bovenstaande effecten in kaart brengen en uitwijzen of er aan productiezijde mogelijkheden zijn om de subsidieafhankelijkheid te verminderen en welk overheidsbeleid ter zake opportuun is.

Contactpersoon: Andy.Vekeman@kuleuven.be